top of page

SYNGAP1 Onderzoek & Toekomstige Behandelingen

road map SGN.webp

Er is sinds de ontdekking in 2009 dat SYNGAP1 verstandelijke beperking veroorzaakt, aanzienlijke vooruitgang geboekt in het SYNGAP1-onderzoek.

Vandaag de dag blijven we investeren en helpen we onderzoek en industrie dichter bij het vinden van een succesvolle behandeling te brengen.
Links op de afbeelding is een roadmap te zien die is ontwikkeld door de families binnen het Syngap Global Network. Deze roadmap zorgt ervoor dat onze wereldwijde middelen op elkaar zijn afgestemd, gericht, gecoördineerd en niet dubbelop worden ingezet.

Daarnaast maken we deel uit van de CURE SYNGAP1 Collective. De Collective is een samenwerkingsverband van verschillende goede doelen die zich richten op het zo snel mogelijk vooruithelpen van onderzoek om eerder een werkzame behandeling te vinden.

Hartelijk dank aan iedereen die deelneemt aan enquêtes, registers en studies. Dankzij jullie hulp komen we dichter bij ons doel: betere behandelingen vinden om onze dierbaren te helpen.

SYNGAP1 Therapeutic Pipeline

Pipeline-2025.12.03.webp

Wetenschappelijk onderzoek naar SYNGAP1 ontwikkelt zich snel. Onderzoekers wereldwijd werken aan nieuwe therapieën die het onderliggende probleem van het SYNGAP1-eiwittekort proberen aan te pakken. Hieronder vindt u een overzicht van de belangrijkste onderzoeksrichtingen.
Onze nieuwe therapeutische pijplijn toont de huidige stand van ontwikkeling voor toekomstige behandelingen. Deze vallen grofweg in drie categorieën: small molecules (kleine moleculen; ASO's (antisense oligonucleotiden); AAV-gebaseerde gentherapie (genherstel met adeno-geassocieerde virusvectoren)

Het corrigeren van het SYNGAP1-eiwittekort

Het is in muizen aangetoond dat het herstellen van de Syngap1-productie naar normale niveaus – zelfs bij volwassen muizen – leidt tot een verbetering van het fenotype. Het herstellen van normale Syngap1-niveaus pakt direct één van de onderliggende oorzaken van de ziekte aan, in plaats van alleen de downstream-effecten te behandelen.
Haploinsufficiëntie betekent dat er één “werkend” exemplaar van het SYNGAP1-gen aanwezig is, maar dat dit niet genoeg eiwit produceert voor een normale werking. Het harder laten werken (of beter laten functioneren) van dat werkende exemplaar is één manier om SYNGAP1 te up-reguleren (meer te produceren).​

Kleine moleculen (of kleine-molecuul-medicijnen)

Kleine moleculen zijn verbindingen die intracellulaire doelen kunnen bereiken en beïnvloeden; dit zijn wat we doorgaans verstaan onder medicijnen (of pillen). Sommige van deze verbindingen kunnen een positief effect hebben op SYNGAP1, bijvoorbeeld door downstream-effecten te verminderen of door de hoeveelheid SYNGAP1 in de hersenen te verhogen.
Kleine moleculen hebben een aantal voordelen ten opzichte van andere behandelingen. Om te beginnen zijn sommige verbindingen al goedgekeurd door regelgevende instanties voor een ander doel. Als deze medicijnen bewezen kunnen worden dat ze de productie van SYNGAP1 verhogen, kunnen ze een “hergebruik” (repurposing)-traject doorlopen. Dit is een veel kortere weg naar klinische trials en uiteindelijk beschikbaarheid op de markt.
Bovendien kunnen sommige verbindingen zodanig worden aangepast dat ze klein genoeg zijn om de hersenen binnen te dringen zonder een invasieve toedieningsmethode – je neemt gewoon een pil.

Antisense Oligonucleotides (ASOs)    

ASO's zijn kleine fragmenten van RNA die zich kunnen binden aan het mRNA van een gen en zo de expressie ervan kunnen wijzigen.

Voor SYNGAP1 is het uiteindelijke doel om het ene functionele exemplaar van het gen meer “werkend” SYNGAP1-eiwit te laten produceren. ASO's zijn precisiemedicijnen die speciaal ontwikkeld worden om specifieke ziekten aan te pakken. ASO's zijn al goedgekeurd door regelgevende instanties en beschikbaar op de markt voor verschillende aandoeningen, met name Spinale Musculaire Atrofie (SMA).

ASO's gericht op andere haploinsufficiëntie-aandoeningen bevinden zich al in preklinische trials of klinische trials, bijvoorbeeld:

  • Praxis Precision Medicines PRAX-222 (preklinisch) voor SCN2A

  • Stoke Therapeutics’ MONARCH-studie (klinische fase 1/2A) voor Dravet-syndroom

  • GeneTX en Ultragenyx GTX-102-trial (fase 1/2) voor Angelman-syndroom

ASO's hebben in verschillende cellulaire studies aangetoond dat ze de productie van werkend SYNGAP1 kunnen up-reguleren (verhogen), waaronder:

Stoke’s TANGO-technologie heeft positieve resultaten laten zien voor SYNGAP1.

Het lab van Dr. Richard Huganir (ontvanger van een CURE SYNGAP1-subsidie) heeft een toename van SynGAP aangetoond na het richten op een natuurlijk antisense-transcript (Syngap1-AS) en heeft een SFARI-subsidie ontvangen om dit werk voort te zetten. â€‹

aso.webp

StokeTx TANGO ASOs prevent NMD to increase productive mRNA and protein. Lim et. al. 2020, Nature Communications, Figure 7

Het repareren van het gen

SYNGAP1 wordt veroorzaakt door een typ fout (een foutje) in het DNA die ervoor zorgt dat 50% van het functionele SYNGAP1-eiwit niet meer tot expressie komt. De meest effectieve upstream-behandeling zou dit weer terugbrengen naar 100% in elke cel waar het normaal aanwezig hoort te zijn. Dit kan op twee manieren gebeuren: door de typ fout zelf te repareren, of door de functie van het gen zodanig te modificeren dat het meer werkend eiwit gaat produceren.


Gene Replacement Therapy (GRT) / Gentherapie met genvervanging
Gentherapie met genvervanging (Gene Replacement Therapy, GRT) introduceert een blok DNA dat codeert voor een gen in een set doelcellen. Dit van buitenaf aangeleverde gen (ook wel transgen genoemd) kan een niet-functioneel gen vervangen door een werkend exemplaar. Deze aanpak bevindt zich al in de klinische trial-fase voor verschillende neurologische aandoeningen, bij farmaceutische bedrijven zoals Taysha Gene Therapies (bijv. voor Rett-syndroom met TSHA-102, AAV9-gebaseerd, in pivotal trials sinds 2025/2026) en Lysogene (bijv. voor mucopolysaccharidose type IIIA/Sanfilippo A met LYS-SAF302, AAVrh10-gebaseerd, fase II/III). Een belangrijke uitdaging voor SYNGAP1 is dat het gen erg groot is: het codeert voor een eiwit van 1.343 aminozuren in de belangrijkste isoform (ter vergelijking: de gemiddelde eiwitgrootte is ongeveer 300 aminozuren). Dit maakt het moeilijk om het volledig in de momenteel beschikbare afleveringsmechanismen te verpakken, met name AAV-vectoren (zie hieronder voor meer info over AAV). Er worden technieken ontwikkeld om dit grootteprobleem te overwinnen, bijvoorbeeld door een “mini-gen” af te leveren dat het grootste deel of alle functies van het volledige gen behoudt. DNA bevat vaak secties die niet essentieel zijn voor de uiteindelijke werking van het gen, waardoor het mogelijk is om deze weg te knippen en een compacter mini-gen te creëren. Het construeren van een functioneel mini-gen vereist echter uitgebreide analyse en expertise.


​​Base / Prime Editing 

Base- en prime-editing zijn nieuw ontwikkelde mechanismen om DNA-sequenties zeer precies te wijzigen en schadelijke varianten te corrigeren. Ze zijn gebaseerd op het CRISPR/Cas9-genbewerkingssysteem, maar vermijden de problematische knip in het DNA. In plaats van een dubbele strengbreuk (zoals bij klassieke CRISPR/Cas9) maakt base-editing precieze wijzigingen van enkele nucleotiden mogelijk, en dat op één streng van het DNA. Dit beperkt risico’s op onbedoelde mutaties aanzienlijk. Prime-editing gaat nog een stap verder: het maakt het mogelijk om grotere stukken DNA te corrigeren, zoals kleine inserties, deleties of vervangingen van sequenties, met een extreem hoge precisie en zonder dubbelstrengsbreuk. Op het moment van schrijven (februari 2026) is CRISPR-genbewerkingstechnologie nog steeds cutting-edge (voorhoede van de wetenschap) – het staat aan de absolute voorhoede van de wetenschap en wordt snel verder ontwikkeld. Maar de deur staat nu open voor een echte “correctie” van ziekteveroorzakende genetische varianten, niet alleen voor SYNGAP1, maar voor veel andere genetische aandoeningen.


​Over Adeno-Associated Virus (AAV)
Veel van de hierboven beschreven therapieën gebruiken AAV als afleveringsmechanisme. Met name AAV9 kan de bloed-hersenbarrière (BBB) efficiënt passeren en hersencellen zoals neuronen infecteren, waardoor het een goede keuze is voor de behandeling van neurologische aandoeningen. AAV9 heeft echter een beperkte capaciteit (ongeveer 4,7 kb), waardoor het een uitdaging is om grotere genen zoals SYNGAP1 erin te passen. Andere technieken kunnen wel met een AAV-afleveringssysteem worden gebruikt, omdat deze strategieën kleinere genetische ladingen verpakken, zoals:

  • het targeten van regulatoire elementen (bijv. promotoren of enhancers om expressie te verhogen),

  • mini-genen (een ingekorte, maar functionele versie van het gen),

  • PTC read-through (middelen die premature stopcodons laten doorlezen, zodat een volledig eiwit kan worden gemaakt).

AAV-vectoren hebben enkele duidelijke kenmerken:In tegenstelling tot een ASO is het een “one-shot” behandeling (eenmalige toediening). Zodra het virus de doelcellen infecteert, gaat het effect niet verloren totdat die cellen delen. Neuroen delen niet snel, dus het effect kan jarenlang aanhouden. Sommige bedrijven investeren in AAV re-dosing platforms (herdoseringstechnologieën) die het mogelijk maken om indien nodig meerdere AAV-doses toe te dienen. AAV is een virus en kan een immuunrespons uitlokken, vooral bij oudere patiënten die door natuurlijke blootstelling anti-AAV-antistoffen hebben ontwikkeld. AAV heeft een beperkte weefsel-specifieke targeting, wat kan leiden tot mogelijke toxiciteit in andere organen (bijvoorbeeld de lever, waar veel AAV na systemische toediening naartoe gaat).

Hoewel AAV-technologie nog steeds een leidende en zeer veelbelovende methode is om stoffen in de hersenen af te leveren, is het belangrijk om deze uitdagingen in de gaten te houden en te zien hoe ze mogelijke behandelingen voor SYNGAP1-gerelateerde aandoeningen kunnen beïnvloeden.

bottom of page